Duitse Herder

Geschiedenis

De Duitse Herder komt oorspronkelijk uit Duitsland en waarschijnlijk de eerste hond die écht bij het weiden van schapen kon worden ingezet. Het grote aantal regionale variëteiten leidde ertoe dat er typen met zeer verschillende haarkleuren en vachten voorkwamen. Oorspronkelijk hadden deze honden een lichte vacht die omstreeks 1600 verdween. Het is mogelijk dat dit een gevolg is van het fokken van herders met andere kwaliteiten. Tegen het eind van de 19de eeuw begonnen verschillende fokkers op basis van enkele oude rassen van herdershonden gericht en gecoördineerd te fokken, waardoor de moderne herdershond ontstond. De rasstandaard werd in Duitsland in 1899 vastgesteld. Het fokgebied lag met name in Zuid- en Midden-Duitsland.
De Duitse Herder wordt ook wel of Wolfhond genoemd. Het is een zeer populair dier en waarschijnlijk ook de meest geregistreerde hond. Dit heeft niet alleen tot positieve, maar ook tot negatieve gevolgen voor het ras geleid. Op dit moment is het ras in grote delen van de wereld vertegenwoordigd. Tevens is het ras het enige, waarvan de rasverenigingen zich bij een wereldorganisatie hebben aangesloten.

Uiterlijk

De Duitse Herder is een middelgrote hond met een rechthoekig en gespierd lichaam. De reuen van de Duitse Herder zijn iets groter (60 tot 65 cm) dan de teven, die een schouderhoogte van 55 tot 60 cm hebben.
De vacht heeft een zwarte, ijzergrauwe, askleurige kleur. Deze is óf eenkleurig óf heeft een regelmatige roodbruine, bruine, gele of grauwwitte aftekening. In het laatste geval is volgens de rasstandaard een zwart of donkergewolkt zadel toegestaan. Hierbij ligt een zwarte waas op een grauwe of lichtbruine ondergrond, waarbij de tekening steeds een bijpassend lichtere kleur heeft. Het donkere, gewolkte zadel is de zogenaamde wolfskleur, wat naar de oorspronkelijke kleur van de wilde hond verwijst. Op de borst zijn kleine witte aftekeningen toegestaan. Afgezien van de zwarte honden is het onderhaar van de Duitse Herder steeds licht van kleur. De haarkleur van de Duitse Herder kan bij jonge honden pas vastgesteld worden als het dekhaar doorkomt.
Bij de Duitse Herder kan men op basis van de beharing drie variëteiten onderscheiden. De correcte beharing treft men bij de stokhaar aan. Deze haren zijn kort, afzonderlijk recht, hard en sluiten zo dicht mogelijk aan. De haren op de kop, inclusief de binnenkant van de oren, de voorzijde van de poten en de tenen zijn kort, aan de hals langer en dikker. Aan de achterzijde van de poten zijn de haren boven het polsgewricht langer dan eronder. Aan de achterzijde van de dijen vormen ze een matige broek.
De beide andere variëteiten zijn de ‘langhaar’ en de ‘langstokhaar’. Hoewel beide vormen bijna niet meer voorkomen, wordt de ‘langhaar’ door kenners als ongewenste vorm beschouwd.

Karakter

Als gebruikshond kan de Duitse Herder voor verschillende doeleinden worden ingezet. Tegenwoordig wordt hij vooral als gehouden. Het is een leergierige en intelligente hond, gedraagt zich gehoorzaam, is trouw aan zijn baas en is aanhankelijk. Het dier is niet alleen vriendelijk en sociaal, maar ook attent, waaks, moedig, temperamentvol en beschermend.
Wat eigenlijk voor alle herders geldt, geldt zeker voor de Duitse Herder: alleen als ze goed gesocialiseerd zijn, zijn ze geschikt als huisdier. Ze kunnen zich goed tegenover andere dieren gedragen en kunnen goed met kinderen en volwassenen overweg. Maar het blijft een echte : tegenover vreemden stellen ze zich dus als zodanig op. De Duitse Herder is erfvast en loopt onder normale omstandigheden niet weg. Hij verwacht een nauw contact met zijn baas: schenk dus regelmatig aandacht aan het dier. Als u daar geen tijd voor heeft, kunt u beter een andere hond aanschaffen.

Opvoeding en verzorging

De Duitse Herder is een gemakkelijke leerling en buitengewoon gehoorzaam. Misschien komt men dit ras juist daarom over de gehele wereld tegen als speurhond, lawinehond, waakhond, verdedigings- en politiehond, en als . Voedt de herder consequent op, zodat u een metgezel verkrijgt die naar uw commando’s luistert. Bij dit proces is de stem zeer belangrijk. Verder is het bij grote honden als de Duitse Herder van belang dat ze al direct leren niet aan de riem te trekken.
De Duitse Herder is eigenlijk geen huishond. Wie hem om die reden houdt, doet het dier geen plezier: hij heeft regelmatig beweging nodig. Een buitenkennel mag, op voorwaarde dat het dier voldoende aandacht en beweging krijgt.
Afgezien van de ruiperiode waarin men de vacht regelmatig van dode en losse haren moet ontdoen, heeft de vacht van de Duitse Herder weinig verzorging nodig.

Comments are closed.