Bergamasco

Geschiedenis

De Bergamasco, ook wel Berghond der Bergamasken of in het Italiaans ‘Cane da Pastore Bergamasco’ genoemd, komt oorspronkelijk uit ItaliĆ«. Het ras stamt af van de Franse , maar bij het fokken is ook gebruik gemaakt van Zuidoost-Europese herdershonden als de Puli en . In de bergstreken van Zuid- en Noord-ItaliĆ« is het een veel gebruikte herder. Daarbij werd door de eigenaren slechts beperkt gelet op de zuiverheid van de gefokte honden, wat ten koste kwam van het aantal raszuivere Bergamasco’s. Inmiddels is men begonnen met het vergroten van het aantal exemplaren dat aan de eisen voldoet. Daarbij wordt gekeken naar de Franse , omdat men aanneemt dat deze een voorouder van de Bergamasco is. De grote overeenkomsten tussen de Franse en de Italiaanse hond zijn mogelijk een hulpmiddel bij het realiseren van het fokprogramma.

Uiterlijk

De Bergamasco is een middelgrote hond met een iets rechthoekig postuur. De reuen bereiken een schofthoogte van 58 tot 62 cm, de teven van 54 tot 58 cm. Het gewicht van een volwassen Bergamasco-reu ligt tussen de 31 en 37 kg, van een teef tussen de 27 en 32 kg.
De is zacht, zeer lang en ruw met grote golvende plukken. Vanaf het midden van de borst komt met het stijgen der jaren viltvorming voor. De vacht op het voorste deel van het lichaam doet aan geitenhaar denken. Op de kop is het haar zachter en valt dit over de oren. De is kort en dicht en voelt vettig aan. De beharing is egaal grijs of heeft een schakering van lichtgrijs tot zwart met een aftekening in ‘isabel’ of ‘fawn’. Een zwarte kleur komt ook voor: wit is volgens de rasstandaard verboden. Een witte aftekening is wel toegestaan. Op de lippen en oogranden heeft de huid een zwart pigment.

Karakter

De Bergamasco wordt nog steeds als werkhond bij kudden gebruikt. Tegenwoordig kan hij, naast herdershond en , ook als worden gehouden.
De rustige, moedige en waakse Bergamasco is intelligent en werkt graag. De hond is evenwichtig en kan zelfstandig optreden. Het is een vriendelijk dier dat zeer aan het eigen gezin gehecht is. Ook bij een goed gesocialiseerde hond blijft men duidelijk merken dat het een waakhond is. Goed opgevoed zal een Bergamasco thuis geen problemen geven. Maar zijn waakse gedrag tegenover de “eigen” kinderen kan zich tegen andere kinderen keren, als die zich negatief tegenover hen gedragen. Als men weet dat de honden van dit ras zich al gereserveerd tegenover vreemden gedragen, kan men er vanuit gaan dat zij onbevoegden al helemaal niet mogen. Dit kan tot onprettige gevolgen leiden.

Opvoeding en verzorging

Hoewel de opvoeding van een Bergamasco niet moeilijk is, moet u ervoor zorgen dat de pup zo snel mogelijk gesocialiseerd raakt. Verder is het belangrijk dat u duidelijk en vooral consequent blijft. Tenslotte moet u de hond al direct leren niet aan de riem te trekken.
Bergamasco’s hebben geregeld beweging nodig. Maak dus naast uw gewoonlijke rondjes regelmatig grotere wandelingen. Het is zaak dat de hond over een omheinde ruimte beschikt, waar hij voldoende beweging heeft. Gezien de aard van het dier, hoort hij niet in de flat en liever ook niet in de stad thuis.
Bij de Bergamasco valt de ondervacht niet uit, maar vervilt deze met de dekharen. Daaruit ontstaan platen die zich in koorden moeten verdelen. Dit proces kan men bevorderen door de vervilte stukken af en toe te scheuren. Hoewel een dergelijke vacht misschien het voordeel heeft dat het haar niet uitvalt, heeft het wel het nadeel dat er veel in achterblijft. Een eventuele wasbeurt kan men het beste uitstellen tot de zomer, want de natte vacht heeft enkele dagen mooi weer nodig om te drogen.
Zolang de vacht van de Bergamasco niet vervilt is, dus tijdens het eerste levensjaar, kan men deze gewoon kammen en borstelen. Op de kop mag geen vervilting ontstaan, dit haar moet dus altijd gekamd worden.

Comments are closed.